Overal waar sporters hun smartwatch uitlezen, duikt tegenwoordig dat ene getal op: VO2 max. Op social media delen mensen hun score als een soort rapportcijfer voor hun gezondheid, en wie boven de 50 uitkomt, deelt dat graag. Maar wat zegt dat getal nu eigenlijk, en moet je er echt wakker van liggen als je smartwatch "gemiddeld" aangeeft?
VO2 max staat voor de maximale hoeveelheid zuurstof die je lichaam per minuut kan opnemen en gebruiken tijdens inspanning. Hoe hoger dat getal, hoe efficiënter je hart, longen en spieren samenwerken. Het is geen nieuwe meetwaarde, sportartsen gebruiken hem al decennia in laboratoria, maar wearables hebben hem nu naar de pols van iedereen gebracht. En dat verandert hoe mensen ermee omgaan.
Waarom je smartwatch dit getal zomaar laat zien
Apple, Garmin en Whoop schatten je VO2 max inmiddels automatisch, zonder dat je daarvoor een test hoeft te doen. Bij de Apple Watch gebeurt dat sinds watchOS 7.2 niet alleen tijdens intensieve workouts, maar ook tijdens gewone wandelingen overdag. Je vult eerst wat basisgegevens in de Gezondheid-app in, zoals leeftijd, geslacht, gewicht en lengte, en de watch gebruikt vervolgens je hartslag en tempo om een schatting te maken. Daarna deelt Apple je in bij een van vier categorieën: laag, minder dan gemiddeld, meer dan gemiddeld of hoog.
Het probleem is dat geen enkele smartwatch daadwerkelijk je zuurstofopname meet. Dat kan alleen met een gasanalyse in een lab, waarbij je met een masker op een loopband of fiets tot uitputting gaat. Je pols schat dus een waarde die in werkelijkheid alleen met apparatuur te meten is die de meeste mensen nooit zullen gebruiken. De trend over meerdere weken is daarom veel betrouwbaarder dan het exacte cijfer van vandaag.
Wil je naast je cardioconditie ook je herstel beter in de gaten houden? Veel sporters combineren deze meting inmiddels met hartslagvariabiliteit om slimmer te herstellen, en dat blijkt een betere combinatie dan één los getal nastreven.
Wat telt als een goede score
Een goede VO2 max hangt sterk af van leeftijd en geslacht, en dat maakt vergelijken op social media eigenlijk zinloos. Een vrouw van dertig met een waarde rond de 30 scoort prima, terwijl een man van dezelfde leeftijd pas bij ongeveer 45 in een vergelijkbare categorie valt. Vanaf je twintigste daalt de conditie geleidelijk, meestal tussen de 5 en 20 procent per decennium bij verder gezonde mensen, al is dat effect met training grotendeels terug te draaien.
Topsporters, denk aan langeafstandslopers en wielrenners, komen soms op het dubbele van een gemiddelde waarde uit. Dat zegt vooral iets over jarenlange, consistente training en niet over een paar maanden hard sporten. Wie zijn eigen cijfer ziet stijgen na een paar maanden hybride training met kracht en cardio, zit sowieso op de goede weg, los van hoe die score zich verhoudt tot de leeftijdsgenoot op Instagram.
Het onderzoek achter de hype
Dat conditie serieus genomen wordt, komt niet uit het niets. Onderzoekers van de Cleveland Clinic volgden 122.007 volwassenen die tussen 1991 en 2014 een inspanningstest op de loopband deden, met een mediane follow-up van 8,4 jaar. Uit die studie, gepubliceerd in JAMA Network Open in 2018, bleek dat deelnemers met de hoogste conditie een ongeveer 80 procent lager sterfterisico hadden dan deelnemers met de laagste conditie, en dat er geen plafond zat aan het voordeel van fitter worden. Met andere woorden, hoe fitter, hoe beter, zonder duidelijk punt waarop extra conditie niet meer uitmaakt.
Dat is precies waarom artsen en fysiotherapeuten conditie steeds vaker in één adem noemen met bloeddruk en cholesterol. Het is een cijfer dat je zelf kunt beïnvloeden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld je leeftijd of familiegeschiedenis.
Hoe je je score echt verbetert
De snelste manier om je conditie te verhogen is niet elke dag een uur hardlopen, maar gerichte intervaltraining. Korte, intensieve inspanningen van twee tot vier minuten, afgewisseld met actief herstel, dwingen je hart en longen om efficiënter te worden. Drie van zulke sessies per week, gecombineerd met twee rustige duurtrainingen, geeft binnen acht tot twaalf weken meetbaar resultaat.
Slaap en herstel spelen daarbij een grotere rol dan veel mensen denken. Een slechte nachtrust, uitdroging of een griepje kunnen je gemeten VO2 max tijdelijk flink laten dalen, zonder dat je conditie echt is verslechterd. Kijk dus naar de lijn over weken, niet naar de uitschieter van één ochtend.
Waarom dit getal niet het enige is dat telt
VO2 max zegt veel over je hart en longen, maar niets over je spierkracht, flexibiliteit of hoe goed je beweegt. Iemand met een uitstekende conditie kan alsnog slecht scoren op balans of kracht, en dat is precies waar veel fitnessexperts voor waarschuwen: wie alleen op dit getal jaagt, verwaarloost al snel de rest van zijn lichaam. Een hoge score op je pols is een leuk signaal, maar geen vervanging voor een trainingsschema dat ook kracht en mobiliteit meeneemt.
Blijf dus vooral consistent bewegen, bouw rustig intervallen op en laat die ene melding op je horloge niet bepalen hoe je dag voelt. Je gezondheid draait om veel meer dan een getal dat je telefoon toevallig kan weergeven.